‘Part of Someone’s Diorama’ – Museum De Pont, Tilburg

Part of Someone’s Diorama | Museum De Pont | 24-03 / 03-06-2012 .

Museum De Pont invitation Karin van Pinxteren

Part of Someone's Diorama Museum De Pont, 2012

entrance exhibition Part of Someone’s Diorama | Museum De Pont | photo Peter Cox

Court Dance II... at De Pont Museum | Karin van Pinxteren | photo by Peter Cox

Court Dance II… at De Pont Museum | Karin van Pinxteren | photo Peter Cox

kvpinxterenpont6

overview ‘Part of Someone’s Diorama’ | Museum De Pont | photo Peter Cox

WP Peter pont

overview ‘Part of Someone’s Diorama’ | Museum De Pont | photo Peter Cox

kvpinxterenpont3

overview ‘Part of Someone’s Diorama’ | Museum De Pont | photo Peter Cox

kvpinxterenpont2

overview ‘Part of Someone’s Diorama’ | Museum De Pont | photo Peter Cox

Part of Someone's Diorama Museum De Pont 2012

overview ‘Part of Someone’s Diorama’ | Museum De Pont | photo Peter Cox

.

.

Karin van Pinxteren (‘s-Hertogenbosch, 1967) produces two- and three-dimensional work, spatial installations and performances. Language plays, along with the image, a significant role. Themes give the work its coherence. The art of Karin van Pinxteren revolves around the desire for contact, with the other and with the surrounding space. At the same time there is an awareness that a true encounter is out of the question. Though the mind can run rampant and explore the most remote corners of space, the body remains subject to gravity. Similarly, the relationship with the other has its limits, due to our physical and psychological make-up and barriers in human communication.

Karin van Pinxteren has made her art a stage for the continual oscillation between the act of approaching and that of maintaining distance, between seeking intimacy and withdrawing into oneself. In her work this theme takes shape in austere spatial installations, poetic writings and concise images. The ‘hostess’ is a recurrent motif. In her impeccable suit, this character constitutes the key figure in Van Pinxteren’s performances and video works; business-like and poised, but also helpful and obliging. Through the anonymity of her outfit, she inspires trust and directs the audience’s attention to herself. But the words in ink, stamped on the visitor’s hand by the artist’s alter ego as a means of granting access to her exhibitions, are less noncommittal than her appearance suggests.

One text reads Inhale with me. Those very words now hover, as a small appeal, above the grey pedestal on which Van Pinxteren places the stamp and inkpad during her performances. Liberated from its role as an accessory, leaning against the wall, the pedestal itself has become sculpture. In the slide image next to that, the artist seems to be grappling with her own role: I confess, I am an artist is the title of the projection in which the hostess, seen from behind, tries to maneuver the pedestal.

The ellipse is another motif that continues to crop up in work by Karin van Pinxteren. Since this motif resulted from a performance in 2000, it has begun to lead a life of its own. In her sculptures, the ellipse often functions as an opening. It constitutes a framework and gives the eye a focus. The oval-shaped opening can also offer a view to another space, or—as in her paintings—be the entrance to another dimension. In the architectonic installations—referred to as existential spaces—the light sources have an elliptical shape; in wall sculptures this is an abstraction of the human face. Van Pinxteren explores her language of forms in an intuitive manner.

Court Dance II and a soft spot for a proposal (2009-2011) consists of seven white, perspectivally vanishing ellipses. Not until two years after its completion did the wall sculpture assume its definitive form through the addition of a circle of soft carpet on the floor. The red dot literally gives the visitor a place in the work, inviting him to participate in this court dance arranged by the artist. ‘I seek the greatest possible purity, a rendering that is completely crystallized,’ says Karin van Pinxteren. Throughout that process, the personal has become anonymous and abstract in order to make room for the visitor. ‘It’s mulled over dozens of times’ and ‘The surrounding voices change’ are phrases from one of the five works in the series The Correspondents (2011-2012). For this series Van Pinxteren has made use of excerpts from correspondence with five other artists.

The lines mentioned above describe precisely what happens inCourt Dance II—and for that matter in every intriguing work of art. .

.

——- Nederlands ——-

Karin van Pinxteren (Den Bosch, 1967) maakt twee- en driedimensionaal werk, ruimtelijke installaties en performances. Behalve het beeld speelt ook de taal een belangrijke rol. De thematiek geeft het werk zijn samenhang. In de kunst van Karin van Pinxteren gaat het om het verlangen naar contact; met de ander en de omringende ruimte. Tegelijkertijd is er het besef dat van een werkelijke ontmoeting nooit sprake kan zijn. Gedachten kunnen nog zo’n hoge vlucht nemen en de ruimte tot in zijn verste uithoeken verkennen, maar het lichaam blijft onderworpen aan de zwaartekracht. Evenzo kent de verbintenis met de ander zijn grenzen, door onze fysieke en psychische gesteldheid en de barrières in het menselijk verkeer.

Karin van Pinxteren heeft haar kunst tot podium gemaakt voor de, zich steeds voltrekkende  slingerbeweging tussen benaderen en afstand houden, tussen het zoeken naar intimiteit en het zich naar binnen keren. In haar werk krijgt dit thema gestalte in sobere, ruimtelijke installaties, poëtische teksten en kernachtige beelden. Een terugkerend motief is de ‘hostess’. In haar onberispelijk mantelpakje vormt dit personage de centrale figuur in Van Pinxterens performances en video’s; zakelijk en beheerst, maar ook dienstbaar en voorkomend. Door haar anonieme outfit boezemt ze vertrouwen in en wendt het publiek zich tot haar.

De tekst op het stempeltje waarmee de alter ego van de kunstenares de bezoekers toegang verschaft tot haar tentoonstellingen, is echter minder vrijblijvend dan haar verschijning doet vermoeden.Inhale with me luidt een van de teksten die ze de bezoekers op de hand drukte. Diezelfde woorden zweven nu als een minuscuul appèl boven de grijze sokkel die Van Pinxteren tijdens haar performances gebruikte voor stempel en stempelkussen. Bevrijd uit zijn functie van hulpstuk is de sokkel, leunend tegen de muur, zelf tot beeld geworden.

Op de dia ernaast lijkt ook de kunstenares met haar rol te worstelen; I confess, I am an artist luidt de titel van de projectie waarop de hostess, gezien op de rug, met een onhandelbare sokkel manoeuvreert. De ellips is een ander motief dat in het werk van Karin van Pinxteren telkens terugkeert. Sinds dit motief zijn oorsprong vond in een performance uit 2000, heeft het allerlei verschijningsvormen aangenomen en is het een eigen leven gaan leiden. In de sculpturen fungeert de ellips vaak als opening. Ze vormt een kader en focust de blik. De ellipsvormige opening kan ook zicht bieden op een andere ruimte, of – zoals in de schilderijen- de toegang vormen tot een andere dimensie. In de architectonische installaties – exitentiële ruimtes genaamd – hebben de lichtbronnen de vorm van een ellips en in de wandsculpturen is ze de abstractie van het menselijk gelaat.

Van Pinxteren benadert haar vormentaal op een zoekende, intuïtieve manier. Court Dance II and a soft spot for a proposal(2009-2011) bestaat uit zeven witte, perspectivisch verdwijnende ellipsen. Pas twee jaar na voltooiing kreeg de wandsculptuur zijn definitieve vorm door toevoeging van een cirkel van zacht tapijt op de voer. De rode stip geeft de bezoeker letterlijk een plek in het werk en nodigt hem uit deel te nemen aan deze door de kunstenares gearrangeerde hofdans. ‘Ik zoek naar een zo groot mogelijke zuiverheid, een weergave die helemaal is uitgekristalliseerd’ zegt Karin van Pinxteren. Tijdens dat proces is het persoonlijke anoniem en abstract geworden om ruimte te maken voor de bezoeker. ‘Tientallen keren wordt het overdacht’ en ‘De stemmen eromheen veranderen’ luidt de tekst van een van de vijf werken uit de serie The Correspondents  (2011-2012). Van Pinxteren heeft voor de serie gebruik gemaakt van flarden uit een briefwisseling met vijf andere kunstenaars.

Bovengenoemde regels verwoorden precies wat er in Court Dance -en eigenlijk in ieder ander intrigerend kunstwerk- gebeurt. .

.

Z A A L T E K S T audiotoer ‘Part of Someone’s Diorama’

‘De titel van de tentoonstelling ‘Part of Someone’s Diorama’ vindt zijn oorsprong in 2005, toen ik op vakantie was in Noorwegen. Ik vond het landschap van een overweldigende schoonheid maar voelde me erg klein en ergerde me aan de vele tunnels. Het was als een groot diorama waar ik doorheen toerde, alsof ik mij bevond in het treinlandschap van een heel groot persoon. In 2009 kwam het begrip terug; ‘In welk een diorama bevind ik mij?’ Hierbij duidend op het heelal.

De jaren daarna is het diorama van het heelal verplaats naar het hoofd. De beleving als een continue veranderend landschap met mensen die erin verschijnen en verdwijnen. Sommigen komen even naar de voorgrond om weer naar de achtergrond te verdwijnen en soms het diorama te verlaten. Sommige mensen zijn er altijd, sommigen zijn heel groot. Het is dynamisch, ook de blijvers worden dan weer groter en dan weer kleiner. Het landschap zelf verandert van stad naar land, van exterieur naar interieur, van leeg naar soms heel vol en soms met flarden uit andere tijden.

Deze gedachte komt eigenlijk weer voort uit het gegeven dat vanaf kind af aan je wereld groeit. Eerst van huis tot aan school met de weg ertussen, een enkele lijn. Dan naar het voortgezet onderwijs en naar familie, de ruimte tussen die gebouwen vormen meer lijnen waardoor je wereld groter wordt. Daarna gaat het hard, als je volwassen wordt er ontstaat een kluwen. Tot je bij het heelal uitkomt en het je weer terugbrengt naar het hoofd waar het even donker is. Er is namelijk geen daglicht in de hersenen, wat dat hele besef van ruimte in volume draagbaar maakt, anders kun je er behoorlijk gek van worden.

Ik vind het een mooi gegeven dat je zelf deel uit kan maken van andermans diorama. In wiens diorama bevind ik mij?Je bestaat in vele diorama’s in steeds andere hoedanigheden in andere omgevingen. Je eigen bestaan is gerelateerd aan het bestaan van anderen. In de tentoonstelling raak ik enkele thema’s aan.

Het vrouw-zijn dat onderdeel is van het videowerk ‘Classified’, een choreografisch spel tussen een vrouw en een meisje waarvan een korte tekst op de muur te lezen is en de foto ‘De verleiding van de deugd’ waar de vrouw aarzelt of ze de vloer zal betreden en de kruik zal optillen en daarmee haar verzorgende en vrouwelijke kant zal benadrukken. Het is een veilige rol, een rol die van haar verwacht wordt, waarin ze altijd geaccepteerd zal worden, maar ze heeft de keuze. Wat zal ze doen?

Een ander thema behelst de onmogelijkheid om samen te vallen met de ander. Het verlangen tot één worden met de ander wat niet gaat maar wat toch verbintenis kan opleveren is de drager voor het werk ‘The Correspondents’. Vanuit eenzelfde brief, over of je veel over jezelf moet vertellen of juist niet, zijn vijf correspondenties ontstaan. Fluisterstil zien we dichtbij telkens een flard uit de briefwisseling tussen twee personen. De grote ellips ben ikzelf, de kleinere ellips is de correspondent.

In ‘Court Dance II and a soft spot for a proposal’ heeft het stille verlangen naar de ander, wat ook een verlangen is naar een ander deel van jezelf, een plek gekregen. Door op de zachte rode stip plaats te nemen wordt het beeld, de hofdans, exclusief voor de bezoeker, ik geef het beeld aan u. U kunt de ander projecteren in het smetteloze vizier of uzelf projecteren en overgeven aan de zuiverheid van de vorm. Het hoeft niet, het mag.

Belangrijk is ook mijn worsteling met het kunstenaar zijn. Het is een hoedanigheid waaruit ontsnappen niet meer mogelijk is. Alles is ervan doordrongen, het stroomt met het bloed mee in mijn lichaam. Op de foto ‘I confess, I am an artist’ draag ik de sokkel die ik in mijn Hostess performances gebruik en nodig heb. De sokkel is een klassieke vorm die ik eigenlijk als hedendaagse kunstenaar helemaal niet wil gebruiken, maar het maakt nu eenmaal onderdeel uit van mijn werk. Ik draag het als last al kijkend naar mijn eigen werk ‘Logo’ geheten. Het is allemaal uit mijzelf ontsproten, verbaast sta ik vastgenageld aan de grond en bezie gelaten de wereld die ikzelf gecreëerd heb.

De dienstbare sokkel heb ik bevrijd van zijn functie en in ‘Inhale with me’ gemaakt tot kunstwerk. Door de kanteling van een aantal graden leunt de sokkel tegen de muur en is daardoor, tezamen met de tekst ‘Inhale with me’ die het voorheen gedragen heeft als stempel, zelf tot beeld geworden. Het leunen tegen de muur en het uitspreken van de tekst geeft een verbintenis met de ruimte en is een kleine opdracht aan u, de bezoeker.

In de video ‘Easy to love’ heb ik de ellipsvorm lief die me eens zo eenvoudig leek. De relatie wordt steeds moeilijker omdat ik er steeds minder van begrijp. Ik probeer de vorm te beminnen maar raak uit mijn evenwicht. Harten kloppen en een wals, de dans voor twee personen, klinkt. Ik schenk het aan u maar aarzel en neem het ook weer terug daar ik er geen afstand van kan doen. ‘One appears and disappears in the landscape of the other’ of in het Nederlands ‘Je verschijnt en verwijnt in het landschap van een ander’. Het is de subzin van de titel van de tentoonstelling. Een one-liner dat beeld is geworden.’

.

young woman on Court Dance II - Karin van Pinxteren young woman on Court Dance II - Karin van Pinxteren Deal with me | Karin van Pinxteren | pedestal + stamp | Museum De PontDeal with me | Karin van Pinxteren | pedestal + stamp | Museum De Pont Visitor looking at Visitor 7 | Museum De Pont | Karin van Pinxteren Visitor watching 'Easy to love, but hard to live with' | Museum De Pont | Karin van Pinxteren visitors exhibition space | Museum De Pont | Karin van Pinxteren

.

Toespraak opening 24 maart 2012

toespraak Karin

I confess, I am an artist / Ik beken, ik ben een kunstenaar. Waarom heb ik deze zin opgeschreven? Het was september 2011. Was het door de ferme discussie omtrent de bezuinigingen op cultuur? Of was het een bekentenis naar mijn vader en daarom aan mijzelf? Ik ga even terug in de tijd.

Mijn moeder komt van een boerderij. Het lag markant op een terp. Verschillende familieleden hebben de boerderij laten schilderen, zo ook mijn ouders. Ieder vond zijn of haar eigen schilderij het beste, zo vonden mijn ouders hun schilderij het mooiste, er werd liefdevol over gepraat, het werd gekoesterd. Op mijn 16e/17e zei ik tegen mijn vader dat ik naar de kunstacademie wilde, dat ik kunstenaar wilde worden in de veronderstelling dat het prima was. Maar zijn gezicht liep heel rood aan en zijn ogen schoten vol vuur. Ik zag dat ik iets totaal verkeerds had gezegd. Erger kon niet.

Mijn eerste persoonlijke negatieve ervaring met het woord kunstenaar. Kunstenaar, tovenaar, handelaar.

Tovenaar: maak je een illusie? Hou je me voor de gek? Wat laat je me zien? Handelaar: licht je me op of maak je me een leuke prijs?Geen woord zo controversieel dan het woord kunstenaar. Hoon en spot zijn je deel maar ook hulde en ontzag. Er lijkt niets tussen te zitten. Je wordt op een wolk geplaatst of je wordt de grond in getrapt. Beide kwalificaties zijn niet prettig. Een mechanisme dat ook niet ophoudt, het blijft een woord vol begrip en onbegrip.

Eenmaal als kunstenaar werkend zijn er nog veel ‘embarassing moments’ geweest. Zo was ik op een trouwfeest en werd me gevraagd waar ik het bruidspaar van kende, waarop ik zei dat de bruid en ik samen hadden gestudeerd. Natuurlijk volgde de vraag wat ik deed en ik vertelde dat ik kunstenaar was waarop de vrouw in kwestie bijna flauwviel en de uren daarna in katzwijm om me heen cirkelde. Ik voelde me enorm opgelaten en heb de jaren daarna mezelf steevast vormgever genoemd. Het woord kunstenaar heb ik vermeden.

Dat heeft nog een reden. Als je zegt dat je kunstenaar bent dan lijkt dat een vrijbrief om je onbeschaamd het hemd van het lijf te kunnen vragen. ‘Waar leef je van?’ en ‘Waar verdien je je geld mee?’ zijn de twee meest gestelde vragen. U moet zich eens voorstellen dat deze brutale vragen aan u gevraagd worden. Andere fijne opmerkingen omtrent kunstenaar zijn: ‘O dan heb je veel vrije tijd’, of ‘O dan is het zeker wel een troep bij jullie in huis’ of ‘Ben jij kunstenaar? Maar kunstenaars zijn vies en liggen de hele dag op bed’. En ga zo maar door. Je krijgt het allemaal naar je hoofd geslingerd, ongevraagd. Verward blijf je achter.

Een aantal jaren geleden stelde ik mezelf in België voor aan een tafel met kunstenaars en enkele curatoren als beeldend kunstenaar. De hele tafel lag in een deuk. Het is in België kunstenaar, beeldend kunstenaar wat wij in Nederland gebruiken bestaat niet. Alweer verkeerd, dit keer nog wel onder gelijkgestemden. Nog een hele vreemde vaak gehoorde opmerking is dat een kunstenaar een egoïst is. Dat vind ik altijd heel pijnlijk. Op de vraag wat maak je? Word je geacht een antwoord geven. Waarom maak je het? Wat bedoel je ermee? Als je niet direct een antwoord hebt ben je in de ogen van de ander al een prutser. Zie je wel, je doet maar wat.

Een kunstenaar vraagt zich heel wat af in zijn leven en omdat hij of zij het zichzelf afvraagt wordt de ik-vorm gebruikt. Dat is geen egoïsme dat is zelfonderzoek. Kortom je wordt bewierookt of met pek en veren afgeserveerd zelfs kan dit tegelijkertijd gebeuren. Ik denk dat ik er klaar mee ben geweest en de bekentenis ‘I confess, I am an artist’ daarom tot kunstwerk heb gemaakt. Een bekentenis naar mezelf daar ik niet meer kan ontsnappen uit deze hoedanigheid, een bekentenis naar mijn vader dat ik kunstenaar ben geworden en een bekentenis naar de maatschappij dat wij kunstenaars er nu eenmaal zijn. .

.

Opening | Museum De Pont | Karin van Pinxteren

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.