Bio

(For English scroll down)

Karin van Pinxteren (‘s-Hertogenbosch 1967) studeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten in Breda. Ze maakt installaties, performances, video, twee-dimensionaal werk, schrijft beschouwingen op haar blog Nachtportier en maakt korte poëzie. Ze heeft de ambitie om de stem en de fysieke aanwezigheid van het menszijn zichtbaar te maken buiten machtsverhoudingen om.

Over haar werk zegt Karin:

‘Je ziet de ander, je bent jezelf, daarentegen kun je jezelf alleen in de spiegel helemaal zien. Concluderend is het eigen bestaan redelijk onzichtbaar terwijl het bestaan van anderen geheel in beeld is. Hieruit ontstaat de wil tot reflecteren en communiceren die manieren zijn om het eigen bestaan concreet te maken. Op pogingen tot samenvallen volgen pogingen tot samenvallen. Door de onmogelijkheid hiervan, want we zitten nooit op een lijn, niet met de ander en niet met het zelf, blijken het oneindige bewegingen te zijn.’

Van Pinxteren begint haar artistieke praktijk na haar opleidingen als grafisch ontwerper en architectonisch vormgever met het ontwikkelen van performances en installaties, onder andere in 2001 in het Stedelijk Museum in Aalst [B] en in 2002 in Museum De Beyerd in Breda. In 2001 en 2003 wordt ze uitgenodigd voor groepstentoonstellingen in Museum van Bommel van Dam Venlo waarop in 2007 een uitnodiging volgt voor een solo installatie waarbij ze haar boek ‘Kurt’s Zimmer Publikation’ uitbrengt.

Op haar Artist in Residence periode in Pofferd De-Nul in Antwerpen [B] volgen diverse andere Artist in Residence uitnodigingen waaronder the MeetFactory in Praag 2009 [CZ], KIK in Kolderveen 2011 en de Virginie Janssens Foundation in Mas de Charrou 2013 [F].

In 2007 participeert ze in ‘GHB’ en in 2009 in het ‘Invisible Empire’ project bij het Van Abbemuseum, Eindhoven. Solo tentoonstellingen volgen in 2011 in Grey Area Gallery in Brighton [UK] en in 2012 in Museum De Pont, Tilburg waarbij haar boek ‘Part of Someone’s Diorama’ verschijnt. In hetzelfde jaar ontwikkelt ze een performance als solo bijdrage voor de Supermarket Independent Art Fair in Kulturhuset Stockholm [S].

In de afgelopen jaren richt van Pinxteren zich naast haar beeldend werk ook op het schrijven en start in 2013 met het blog Nachtportier – draalgedachten van een beeldend kunstenaar, brengt in 2015 het boek ‘Sofa Journal’uit met een bundeling van getekende en geschreven dagboeknotities en – foto’s, in 2016 volgt de uitgave ‘Traagschuim’ dat uit 6 gedichten en 1 tekening bestaat. Schrijven en beeldend werk komen steeds meer samen. Zo is het verhaal ‘Het onderbeen van Ambroise Sardou’ uit haar blog Nachtportier onderdeel geworden van haar installatie La Chambre de Cathérine voor Snapshot of a larger order, de XL tentoonstelling van De Ketelfactory in 2016 en werkt ze aan Slow Paris, een serie werken in de door haar ontwikkelde codepoëzie waarin taal beeld wordt.

In combinatie met haar artistieke werk is Karin nauw betrokken bij de kunstpraktijk door deel te nemen in gesprekken, aan lezingen en het onderwijs.

* * *

Hendrik Driessen, Museum De Pont, 2012:

‘Het werk van Karin van Pinxteren is een prachtig voorbeeld van het menszijn vanuit de behoefte om af en toe dieper te graven en echt met elkaar in contact te komen. Het schreeuwt niet, het is bescheiden en tegelijkertijd is het ook ambitieus. Het is vooral ontroerend door zijn directheid, ontroerend doordat het gebruik maakt van de geschiedenis van de kunst. Zoals het “wit” wat in de geschiedenis van de kunst natuurlijk een buitengewoon moeilijk gegeven is, een bewijs van ongelofelijk veel, zoals het wit van Robert Ryman.

Het zijn die verfijning en die precisie die iets bijzonder maakt zodat je het ook weet te herinneren, zelfs al heb je het op dat moment nog niet eens waargenomen. Dat vind ik zo kenmerkend voor het werk van Karin van Pinxteren die in staat is bijna futiele dingen te verheffen tot iets dat algemeen herkent kan worden, die eenvoudige conversatie weet te maken tot iets waarin mensen op hun toppen van hun kunnen functioneren. Die licht en donker, dat zijn toch als het gaat om “het zijn” de uitersten, in haar werk bijeen weet te brengen en dat ze ook nog eens een keer en passant de schilderkunst benadert door het hele begrip van het venster, het hier en het daar of het feitelijke daar en het denkbeeldige hier in haar werk zo goed weet weer te geven, zoals Visitor 7 in de tentoonstelling, een merkwaardig schilderij dat gaat over niks en tegelijkertijd gaat het over alles, een kenmerk van haar werk. Ze stelt haar werk steeds ter discussie op een heel interessante manier, het is iemand die voortdurend twijfelt, de twijfel waar vanuit de grootste kennis ontstaat.’

* * *

Freek Lomme, schrijver en directeur Onomatopee Projectspace, 2014:

‘Het werk behandeld het vertrouwen in een tijdperk van zintuigelijke controle en vraagt ons positie te nemen. Terwijl we ons kwetsbaar open stellen, dichterbij komen, stimuleert ze de menselijke kracht van ethische potentieel in en door de esthetische ervaring.’

* * *

Alex de Vries, schrijver en adviseur eigentijdse kunst 2014:

Het werk van Karin van Pinxteren presenteert weliswaar tastbare objecten en grafisch werk, maar die zijn in haar geval een instrument om de persoonlijke verstandhouding met haar onderwerpen een contrapunt te bieden. Van daaruit kan ze de wisselwerking die ze vanuit gevoelsmatige overwegingen met mensen en hun uitingen aangaat concreet gestalte geven. Ze bedrijft een vorm van beeldende correspondentie die ze de kijker ‘onder rembours’ voorhoudt.’ 

* * *

Manon Berendse, schrijver en adviseur eigentijdse kunst, 2009:

‘Niet vaak plaatst een kunstenaar zich zo direct tussen het zegbare en verzwegene. Tussen wat kunstenaars onderscheidt van hun publiek, tussen de vragen van schepper en beschouwer. Tussen het ik en de ander. Van Pinxteren poogt tussenbeide te komen zonder haar persoon naar voren te schuiven. Ze is afwezig, maar niet onzichtbaar.’

 

Easy to love | Karin van Pinxteren | Supermarket Stockholm

Easy to love | video + performance | Supermarket Stockholm | 2012

 

 

Karin van Pinxteren (1967, ’s-Hertogenbosch, the Netherlands) studied Graphic Design and Architectural Design and gradually entered the field of art to become the full-on artistic practitioner she is today. Presently she explores particular notions of disciplining and trust within the poetic parameters of spatial relations.

In her work van Pinxteren basically seeks out perspectives of the gaze and its focus set within relational structures. Subsequently, and more specific, she explores these perspectives in settings that allow for multiple angles of vision and parallel focus points as she plays this field’s symbolic order. Here, she explores and identifies both the subject’s and the setting’s relational position along the parameters of language, spatial settings and language carried. In sum, her work relates the fullness of our daily theatre as a hybrid-reading biotope: led insistently to enact itself according to cultivated promises of modernity.

Van Pinxteren longs for openness, for a deeper trust in our environment that should begin with a more profound understanding and a shift in perspective, altering the foci from the system’s point of view while simultaneously including open-ended personal whereabouts.

In this sum she addresses bodily motivations such as longing for contact, for understanding, for saturation – essentially elements of giving oneself to another – that are catalysed by the power of aesthetic representation. It is within this playfield that aesthetics opens up to an ethics of personalised wonder and exchange. The organics of the theatre are set by the symbolic order, carried away by aesthetic encounters that establish fragile, open and truthful statuses. One could consider this a feminine angle within her work as it fragilely renegotiates the masculine means-end rationality.

In 1999, van Pinxteren started her artistic practice creating various performances and installations. In 2001 she made a performance at the Stedelijk Museum Aalst [B] and in 2002 at Museum De Beyerd in Breda [NL]. In 2003 she was invited by Museum van Bommel van Dam Venlo (NL) to participate in a group exhibitions and was subsequently invited for a solo in 2007. At the occasion of] this exhibition her book ‘Kurt’s Zimmer Publikation’ was published.

In a follow-up to an Artist Residence at Pofferd De-Nul in Antwerp (B) in 2000, she received an invitation for several Artist in Residences, including the MeetFactory in Prague [CZ], KIK in Kolderveen [NL] and the Virginie Janssens Foundation in Mas de Charrou [F]. In 2007 she participated in ‘GHB’ and in 2009 in the ‘Invisible Empire’ project at the Van Abbemuseum, Eindhoven [NL]. Solo exhibitions followed in 2011 at Grey Area Gallery in Brighton [UK] and in 2012 in Museum De Pont, Tilburg [NL] where her book ‘Part of Someone’s Diorama’ was published.

In conjunction with her artistic practice, Karin is deeply involved with the artistic scene, engaging in talks, lectures and education.

* * *

Hendrik Driessen, director Museum De Pont, 2012:

‘How fascinating our capacity to communicate is—to convey what we literally need but, above all, what relates to ourselves, to our emotions and ideas. Though primarily oriented to images, I cannot possibly imagine a world without words. Our perception is, after all, determined to a large degree by the fact that we can also name what we see. The work of Karin van Pinxteren has everything to do with this uniquely human ability; but where a question mark might be placed in spoken or written text, she comes up with a visual variant that actually no longer implies a question but rather a proposal. Van Pinxteren allows us to see and to feel how language can bring us closer together or, on the contrary, create more distance between us; how we can describe the here and now; how to envisage the romanticized past or the dream of a future.

She does so with visual language which is plain but always distinct in form; its dynamics make it highly recognizable and very much her own. Sometimes it whispers to us as a minimal object; then it might be so immense and present that it seems intent on dominating the space it shares with us. Yet it never does lord over us; the work always remains inviting. Not least of all because the word, in the form of intriguing titles, continually underscores that wish for contact.’

* * *

Freek Lomme, author and director Projectspace Onomatopee, 2014:

‘Her work deals with a society of trust in an era of sensory control and asks us to position ourselves. As we open up to the fragility of being, getting close, she promotes the ethical potential of the aesthetic experience as a humanising force.’

* * *

Manon Berendse, author and advisor contemporary art, 2009:

‘Not often does an artist deal so directly with what can be said and what remains unsaid: with that which distinguishes artists from their audience, which makes the concerns of the creator differ from those of the viewer, and the self differ from the other. Van Pinxteren attempts to intervene without involving herself. She is absent, yet not invisible.’