‘Findings through viewing habits’

E | NL

Kurts Zimmer Publikation | Karin van Pinxteren | 2007

 

by Freek Lomme, Eindhoven, 29 March 2008

When I was going through the book Kurt’s Zimmer publikation, I was reading about and looking at a space that draws one’s eye and consequently swallows that eye, but at the same time seems to possess an ego, a space that could be able to look right back. This is based on A. The fact that the space has windows where the viewer could see through from the outside and then has an esthetical experience in the tradition of artist Anish Kapoor and B. Because there’s a radiation to the outside from the concentric centre of the work, which seems to frame the viewers in oval portraits.

The pre-occupation of the French philosopher Michel Foucault (1926-1984) with the Pantheon, a panopticon in which the cells are built in a circle with a central tower for the guard at the inner court, imposed me when I caught up on Kurt’s Zimmer. In this prison the cells are built in a circle against the outer wall. The inside is hollow and consists of a covered inner court that features, exactly in the centre, a tower for the guard. The guard sits here invisible, just like the centre of Kurt’s Zimmer becomes abject in infinity. The prisoner in the panopticum doesn’t know when he/she is being viewed, just like the person looking at Kurt’s Zimmer doesn’t know he/she is being viewed.

 My findings around Kurt’s Zimmer Publikation

–  Encountering something is different than finding something

–  A view is different than infinity

–  An esthetical experience is different than esthetical sublimity

–  Philosophizing is different from telling a story

.

Encountering something is different than finding something.

Without exactly knowing what, things telescope at Karin van Pinxteren. Without exactly knowing what telescopes, it’s obvious that the objects are shaped. It’s a view, a form, present and not present.

.

A view is different than infinity

At Karin’s work the view, the perspective that has to be framed, changes to infinity, a perspective that leads to a point where it becomes intangible.

.

An esthetical experience is different than esthetical sublimity.

In Kurt’s Zimmer the micro cosmos, the esthetical experience, is absorbed by the macro cosmos, the esthetical sublime.

.

Philosophizing is different from telling a story.

In the view of the sublimity every ground loses its bottom. Air and earth become one, everything is wrapped in a veil that not only pulls together the nearness and the distance, but also pulls together the endogenous and exogenous. This total however is not a collection, but is vacuum and abject, just like the non-life or that which lies beyond the universe.

But! She shows herself in a view, thrown at the earth, to be understood by experiencing stories or experiencing sublimity. The abject has its shape in the esthetical sublime, the shape of religion, the shape of fear, the shape of ecstasy. Coordinating: the emotion that we have in common with other primates.

.

Kurt’s Zimmer

The panopticum model states that the prisoner, the person looking at the central point, is being disciplined. Because he is being placed under supervision, he is being ‘normalized’.

When applying this to Kurt’s Zimmer, it doesn’t seem like the guard, but the esthetical sublime disciplines. The sublimity marks off as an experience of a vacuum, the endogenous imposes itself but without any kind of face.

The object plays with the audience by anticipating on the human unconsciousness of the unknown[1] and anticipating on the emotions that can be caused by this. It proves that views and stories, when being brought together without a specific reason and by coincidence in an associative whole, can be very powerful. This force then is often called ‘sublime’.

Kurt’s Zimmer proves that emotion is a strong advisor. This is shown by bringing along the spectator in a domain that not only imposes itself to our constitution, but also to our mind.

Kurt’s Zimmer proves that especially religion, the belief in something sublime, something not from this earth, can fuck with our mind and constitution by taking them along with something that is not there.

.

Freek Lomme, Eindhoven, 29 March 2008


[1] Hoe can you play with something that you don’t even know…?

Review in De Kantlijn #7, 2008 | translation Erik Jacobs

Link naar/to Freek Lomme

____________

.

Bevindingen door kijkgedrag

Toen ik door het boek Kurt’s Zimmer Publikation ging, las ik over en keek ik naar een ruimte die de blik naar zich toetrekt en die de blik opslokt, maar die tevens een ego lijkt te bezitten, een ruimte die terug zou kunnen kijken. Dit is gebaseerd op A. het feit dat de ruimte ramen heeft waardoor de kijker van buiten naar binnen kan kijken en een esthetische ervaring beleeft in de traditie van de kunstenaar Anish Kapoor en B. omdat er vanuit het concentrische middelpunt van het werk ook een uitstraling naar buiten is, die de kijkers lijkt te kaderen in ovale portretten.

De preoccupatie van de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984) met het Panopticum, een koepelgevangenis waarin de cellen in een cirkel zijn gebouwd met op de binnenplaats een centrale toren voor de bewaker, drong zich aan me op toen ik me in Kurt’s Zimmer verdiepte. In deze gevangenis zijn de cellen in een cirkel gebouwd, tegen de buitenmuur. De binnenkant is hol en bestaat in een overdekte binnenplaats. Hierin staat, precies in het midden, een toren voor de bewaker. De bewaker zit hier onzichtbaar, zoals ook het centrum van Kurt’s Zimmer in oneindigheid verdwijnt. De gevangene in het panopticum weet niet wanneer hij wordt bekeken, zoals ook de persoon die Kurt’s Zimmer bekijkt niet weet of hij bekeken wordt.

.

Mijn bevindingen rond Kurt’s Zimmer Publikation:

– iets aantreffen is iets anders dan iets vinden,

– een uitzicht is iets anders dan oneindigheid,

– een esthetische ervaring is iets anders dan esthetische sublimiteit,

– filosoferen is iets anders dan het vertellen van een verhaal.

.

Iets aantreffen is iets anders dan iets vinden.

Zonder precies te weten wat, schuiven er bij Karin van Pinxteren dingen in elkaar. Zonder dat ze precies weet wat er in elkaar schuift, is het wel duidelijk dat de dingen vorm hebben. Het is een beeld, een gestalte  die er is en die er niet is.

.

Een uitzicht is iets anders dan een oneindigheid.

Bij Karin loopt het uitzicht, het te kaderen blikveld, over in een oneindigheid, een blikveld dat in de diepte uitloopt tot het punt dat ze ongrijpbaar wordt.

 

Een esthetische ervaring is iets anders dan esthetische sublimiteit.

In Kurt’s Zimmer wordt de microkosmos, de esthetische ervaring geabsorbeerd door de macrokosmos, het esthetisch sublieme.

.

Filosoferen is iets anders dan het vertellen van een verhaal.

In het beeld van de sublimiteit verliest elke grond zijn bodem. Lucht en aarde worden één, alles hult zich in een sluier die het nabije en de verte samentrekt, die het endogene en exogene in zich samentrekt. Dit totaal is geen verzameling maar is vacuüm en verdwijnt zoals het niet-leven of hetgeen achter het universum.

Echter! Ze toont zich in een beeld, geworpen op aarde, te vatten door het beleven van verhalen of door het ervaren van sublimiteit. Het verdwijnende krijgt in het esthetisch sublieme zijn vorm, de vorm van religie, de vorm van angst, de vorm van extase. Overkoepelend: de emotie die wij met andere primaten gemeen hebben.

 

Kurt’s Zimmer

Het panopticummodel gaat er van uit dat de gevangene, de persoon die kijkt naar het centrale punt, gedisciplineerd wordt. Doordat hij onder toezicht staat, wordt hij ‘genormaliseerd’.

Wanneer je dit gegeven toepast op Kurt’s Zimmer, lijkt het er op dat niet de bewaker maar het esthetisch sublieme disciplineert. De sublimiteit tekent zich af als beleving van een vacuüm, het endogene dringt zich op maar zonder enig gezicht.

Het object speelt met zijn publiek door te anticiperen op de maar al te menselijke onwetendheid van het onbekende[1] en te anticiperen op de emoties die dit los kan maken. Het toont aan dat beelden en verhalen, wanneer ze zonder specifieke grond en door toeval worden samengebracht in een associatief geheel, erg krachtig kunnen zijn. Deze kracht wordt dan vaak ‘subliem’ genoemd.

Kurt’s Zimmer toont aan dat de emotie een sterke raadgever is. Dit toont ze aan doordat ze haar toeschouwer meeneemt in een domein dat zich zowel aan ons gestel als aan ons gemoed opdringt.

Kurt’s Zimmer toont aan dat juist religie, het geloven in iets subliems, iets onaards, ons gemoed en gestel enorm kan fucken door ze mee te nemen in iets wat niet is.

.

Freek Lomme, Eindhoven, 29 maart 2008


[1] Hoe kun je spelen met iets dat je niet kent….?

Boekbespreking in De Kantlijn #7, 2008 

Link naar/to Freek Lomme