Reviews

Impressie van de lezing in de reeks Vriendensalon voor de Vrienden van het Van Abbemuseum  | 6 oktober 2016

 

karin-vriendensalon-van-abbemuseum

foto Niek Tijsse Klasen

 

Karin van Pinxteren, over heimelijke verhalen, over kunstenaarschap, de vorm en inhoud van taal

Steeds als weer een salonavond geprogrammeerd is er een gezonde spanning. Zal de gast van de avond in staat zijn het publiek te boeien, zal de gast in staat zijn om staande meningen en opvattingen een nieuwe dimensie te geven? Zal de gast in staat zijn om het vaststaande beeld dat in ons gevormd is te laten kantelen? Want, de salonavonden willen net als het museum beleid van het Van Abbemuseum, een motor zijn van nieuwe inzichten. Daarom is het niet altijd gemakkelijk om gasten te vinden die aan deze moeilijke voorwaarde kunnen voldoen.

Maar er zijn van die avonden …

Laten we beginnen met waarmee Karin ook begon. Een film. De ruimte is een grote lege arena, een gashouder? Een koele en ongenaakbare plek die de kleine gebeurtenis het aura meegeeft van kwetsbaarheid. Een vrouw en een meisje. De kleding van beiden is identiek en voorspelt dienstbaarheid en zakelijkheid. Het kleine meisje is de voorgeprogrammeerde kindversie van de volwassen vrouw. Beiden dragen een kruisvormige tas en beiden worden geflankeerd door knipperlampen. Ze lopen naar het centrale punt in de ruimte en trekken ieder op de beurt tissues uit de kruisvormige doos en werpen ze op de grond. De kijker kan zelf invullen wat er gebeurt en zelf een betekenis formuleren. Het gekantelde kruis dat als een wapen gedragen wordt heeft een verplegende naklank, kan dat de zorgeloosheid van de situatie teniet doen? Is er imitatie? Zijn er emoties? Kan de kijker zijn eigen emoties overdragen? De gebeurtenis is een matrix. De kunstenares geeft de kijker de eer om die zelf in te vullen en betekenis te geven. De titel? Classified.

Zo begon de avond.

Vanavond lukt het de gast om de bezoeker een bijzondere kunstervaring te laten ondergaan. Een avond waarin de kunstenares, beeld, inhoud,emotie en taal laat samensmelten. Over haar werk I Confess uit 2011/12 zegt ze dat de worsteling om kunstenaar te zijn voor haar van belang is. Ontsnappen kan niet meer. Als je kunstenaar bent, zoals zij, met haar ideeën, emoties en motivatie, is het kunstenaarschap als een levende stroming in je bloed. Het werk I Confess wil een tip van de sluier van haar kunstenaarschap optillen. Ze maakt gebruik van een sokkel, de sokkel als symbool waarop de kunstenaar zijn of haar werk presenteert. Maar dit podium wil zij niet, ze wil dat haar werk niet vanaf een voorgeprogrammeerde hoogte op de toeschouwer neerkijkt en afstand dicteert. Vandaar dat zij de sokkel eerst draagt en daarna scheef tegen de muur plaatst, alsof het werk er vanaf kan glijden. Ze zegt zelf dat ze het kunstenaarschap als een last draagt, er is geen weg mee terug, kijkend naar haar eigen werk dat ze ‘Logo’ noemt. ‘Het is allemaal uit mijzelf ontsproten, verbaast sta ik vastgenageld aan de grond en bezie de wereld die ikzelf gecreëerd heb.’

karin-vriendensalon-van-abbemuseum-2

Karin gebruik taal als bindmiddel voor haar kunst. Taal kan de nuance van haar gedachten geconcentreerd weergeven. Taal kan voor haar beelden scheppen die ze daarna twee- of driedimensionaal vorm kan geven. Taal kan voor haar ook geschonken worden door de ander. De schrijver Kurt Tucholsky is een drijvende kracht.

Maar ook het minieme van de geschreven taal, de punt, opent nieuwe zienswijzen. Het beeld van de punt is meer dan het slot van een gedachte. Als beeld in een boek kan de punt een metafoor voor verandering, voor evolutie zijn. De punt kan een fantoomteken zijn, een pupil, een richting van waaruit je naar de wereld kijkt. In een geschrift wordt telkenmale de inhoud en vorm van de ruimte die door het woord is geschapen, gescheiden en begrijpelijk gemaakt door punten achter de zinnen. Over het werk Paper is as Cosmic as the Universe #1 zegt ze: ‘Er zijn waarschijnlijk tot nu toe al meer punten gezet door mensen dan er sterren zijn in het universum.

Niet alles kan hier verteld worden. De beelden en de inhoud van de avond is te veel omvattend. Hooguit kan ik hier in enkele woorden proberen de sfeer te schetsen van dat wat wij meemaakten. Maar één installatie mag niet vergeten worden. Karin eindigt daar de avond mee en liet ons in stilte achter. La Chambre de Cathérine. Hier komen huis, privacy en heimelijkheid bijeen. In een bouwwerk toont Cathérine haar ruimte, maar er blijkt nog een ruimte zijn. U kijkt door een ellipsvormige opening en wordt zelf van binnenuit gezien ingelijst en u bent een tijdelijke foto aan haar wand. Cathérine vertelt over haar geheim, het onderbeen van haar overleden man. Een been dat niet zichtbaar wordt. We moeten haar geloven, hoewel ze het niet laat zien. Opnieuw is hier weer de opening van de eigen reflectie van de kijker, de ontmoeting met het beeld dat een verhaal in zich heeft dat ook ons eigen verhaal kan worden.

Zijn de verhalen die Karin vertelt ook niet onze eigen heimelijke verhalen? Zijn dit de verhalen die soms onverwacht tijdens momenten van indolentie in ons brein opduiken?

Soms?

Na afloop van de avond presenteerde zij twee poëziebundels: Traagschuim en Sofa Journal. Beide bundels laten gedichten van haar zien en bevatten elk een werk. Verdere informatie vindt u op haar website.

Wat nog interessant is, is de link met het werk Proun P23 van El Lissitzky dat Karin zag in 1991 in het museum en een kanteling in haar denken teweeg bracht:

https://nachtportierblog.wordpress.com/2013/07/20/gondeldood/

Piet van Bragt

 * met dank aan Elizabeth Geurts

 

 

 

 

 

 

Wandelgids | tekst bij het werk La chambre de Cathérine | Lucette ter Borg | Snapshot of a larger order | De Ketelfactory Schiedam | 2016

Snapshot - Karin van Pinxteren - Lucette ter Borg 1

Snapshot - Karin van Pinxteren - Lucette ter Borg 2

 

 

 

 

 

 

We Like Art – Carolien Smit – Interview met Karin van Pinxteren – 12 december 2014

 

We like art interview

 

Karin van Pinxteren (1967, ’s Hertogenbosch) vermengt beeld en tekst op zo’n manier, dat het in je hoofd kruipt. Of in de woorden van Manon Berendse (in ‘Visitor, invite me’, 2009): “Ze maakt contact…Haar titels dralen niet. Guide me. Share your warmth with me. Maar dringen vriendelijk aan. Give me your order. Reflect with me. Met deze uitgepuurde zinnen verkiest Van Pinxteren de dialoog. Zonder feitelijke ontmoeting, maar gastvrij.”

In 2012 had Karin van Pinxteren een solo-tentoonstelling in Museum De Pont. Niet de minste plek om tentoon te stellen. We zijn benieuwd naar haar werk en wie ze is, dus stellen we haar wat vragen.

Hoi Karin, jouw werk lijkt heel verschillend en veelvormig: we zien tekst en grafische elementen, maar ook foto’s of video’s van performances zoals bij The temptation of virtue. Kun je hier meer over vertellen?

Mijn werk ontstaat door het schakelen tussen het denken in de 2e en 3e dimensie, vanuit mijn opleidingen als grafisch ontwerper en architectonisch vormgever, de persoonlijke vragen die me op dat moment bezig houden en/of het thema waarvoor ik word uitgenodigd. Ik ben inmiddels veel langer beeldend kunstenaar dan dat mijn opleidingen vormgeving hebben geduurd – maar een beetje vormgever ben ik toch gebleven. Zeker in mentaliteit: het beeldend antwoord geven op vragen waarbij ik zelf de opdrachtgever ben, in plaats van een ander. Voor de uitvoering kies ik de discipline die nodig is voor een specifiek werk en neem de ruimtelijke context daarin mee. Soms komt het vanzelf tot stand. Bijvoorbeeld bij de foto The temptation of virtue die is ontstaan omdat ik het lopen op een video opnam waarin ik zelf figureerde. Ik was alleen en deed dit met de zelfontspanner. Op het scherm verscheen een onverwacht beeld, je ziet dan meteen dat het een goed werk is.

Kun je meer vertellen over het werk Trust, hoe komt dit tot stand?

Het werk Trust is voortgekomen uit social media, door een e-mailcontact met iemand die ik nooit heb ontmoet. Het ongemak dat daarbij hoorde, het voorzichtig aftasten van de ander – dat wat je in een live ontmoeting doet – kreeg een andere dimensie, ketste af op een glad scherm en moest via de constructie en keuze van woorden worden gevormd. Een vreemde ervaring van een gewoon contact overzee, niet eens een emotioneel contact, maar toch heel vreemd. Dan plopt er zo’n zin op, die schrijf ik op en weer een keer en een jaar later nog eens, dan wordt het manifest en sterker en blijkt het groter te zijn dan alleen dat moment, universeler, en dan wil het gemaakt worden. Door van de zin een object, een kunstwerk te maken kan die letterlijk verplaatst en opgehangen worden, en wordt een tekst ruimtelijk. De keuze voor wit/wit is om tekst materiaal te laten zijn. Wanneer ik het in kleurcontrast zou aanbrengen wordt het grafisch. In Trust zijn achtergrond en tekst gelijk, is het beeld geworden.

Hoe kom jij tot een zin als Zo draal met mij en hoe kom je tot deze grafische uitvoering?

Het is mijn antwoord op de stelling die Joanneke Meester heeft geponeerd voor haar kalenderproject. Ik heb haar zin ‘I am not doing anything until I feel the need’ uitgeprint en op de muur gehangen waardoor het steeds in mijn ooghoek aanwezig was. Haar tekst is heel herkenbaar voor me, iets moet een reden hebben om het te maken, zomaar iets maken zit niet in mijn systeem. Het is dralen, slenteren, sjokken, om iets heen draaien tot ik het begrijp. Ineens is er dan mijn reactie of antwoord ‘zo draal met mij’, een appèl aan de lezer. Ik gebruik vaker ‘met mij ‘ of ‘with me’ omdat ik de aanstichter ben van het werk en daardoor verantwoordelijkheid draag, maar ook omdat het werk daardoor lichamelijkheid krijgt, de mijne en die van de lezer. De lezer/kijker wordt door het te lezen ook ‘mij’ in de zin en nodigt in gedachten weer iemand anders uit. De keuze voor de visualisatie komt voort uit de vraag die ik mezelf steeds stel hoe tekst materiaal kan worden. De manier van tekenen van Zo draal met mij is vorig jaar ontstaan tijdens een artist in residence in Frankrijk. Ik had intuïtief wat in een doos gestopt onder meer een gestanst afvalvormpje en een aantal stempeldozen. Een letter paste precies in een vakje en om er een beweging aan te geven heb ik ze per stuk aan draadjes gehangen. Zo’n vakje wordt daardoor ook een uitsnede van een hals met een ketting. Vele letters, vele halsjes, daar komt de lichamelijkheid weer om de hoek.

De staande ovalen komen vaker terug in je werk (zoals Sync… en LOGO) welke ‘betekenis’ hebben ze voor jou. 

Rond 2003 ontstonden een aantal schetsjes tijdens de ontwikkeling voor een installatie. Uiteindelijk werd het iets anders maar de vorm ben ik blijven gebruiken. Door de jaren heen is het veranderd van een ovaal naar een ellips, die smaller is. Het is een typische portretlijstvorm uit het verleden, gebruikt in schilderkunst en fotografie, maar ook een science fiction doorgang, een poort naar een andere dimensie, vooral in film. Door deze vorm te gebruiken draagt de vorm naast puur de verschijning zowel gestalte als verplaatsing in zich.

De performance en het grafische werk komen samen in het werk LOGO, jij komt het werk bij een koper thuis op de muur schilderen. Spannend, hoe werkt het precies?

 Het project LOGO is ontstaan door het vreemde gegeven dat de meeste mensen in vertwijfeling zijn wanneer je als kunstenaar nieuw werk toont, het moet worden overwonnen. Daarom heb ik LOGO ontwikkeld, een muurschildering die kan worden besteld en door mijzelf wordt aangebracht. De gedachte voor LOGO komt voort uit mijn opleiding voor grafisch vormgever want waarom heeft een kunstenaar geen logo? Het is een doorlopend project. Voor het vaste lage bedrag van € 250 en een goede kop koffie, schilder ik bij de koper het werk LOGO op een muur van zijn of haar keuze, thuis, op de werkplek of bijvoorbeeld in het kantoor. De enige vereiste is een gladde muur. De naam van de koper komt in de naam in de titel, hij of zij ziet het werk ontstaan en we hebben een goed gesprek. Voor het schilderen van LOGO gebruik ik groene muurverf, het duurt in totaal 3-4 uur en het werk is 40 x 60 cm groot. Omdat het mijn logo is bied ik het voor een sympathiek bedrag aan. Marketing, maar LOGO is meer, het is een muurschildering, een kunstwerk. Zo werkt dit principe voor beiden: een speciaal voor de locatie gemaakt werk – elke uitvoering is immers anders – en ik heb een werk verkocht en daardoor inkomen. LOGO wordt contant afgerekend, voor beiden boter bij de vis, de koper heeft het kunstwerk en de kunstenaar haar vergoeding. Door het groeiend aantal verschijningen in huizen en bedrijven wordt LOGO een steeds meer vertrouwd beeld.

In 2012 had je een solo-tentoonstelling in Museum De Pont, wat geweldig! Wat zijn je plannen voor het komende half jaar?

Er lopen drie kunstopdrachten, twee gaan in uitvoering in Leeuwarden in samenwerking met Koninklijke Tichelaar en een opdracht bevindt zich in de opstartfase, dat betreft glasprints voor de Rechtenfaculteit in Utrecht. Het werken in opdracht is een complexe materie omdat je een vraag moet beantwoorden en je tegelijkertijd heel dicht bij je eigen werk wil blijven. Het zijn enorme klussen, maar fijne hersenbrekers. Ik wissel het af met het maken van tekeningen, tekstwerken en af en toe een schilderij. In mei neem ik deel aan de tentoonstelling bij De Ketelfactory naar aanleiding van de presentatie van het boek ‘door het beeld door het woord’, voortkomend uit een project van De Ketelfactory met TROUW. Hierin staan interviews door Peter Henk Steenhuis met twintig kunstenaars die er hebben geëxposeerd voorzien van essays van René Gude.

Op dit moment ben ik druk met een uitgave, Sofa Journal. Een selectie uit twee jaar dagboekachtige tekeningetjes, voornamelijk tekst, die voor het grootste gedeelte zijn uitgetypt. Het zal eind januari uitkomen in een oplage van 50 waarvan er twintig zullen worden verkocht met een kleine tekening of zeefdruk in hetzelfde formaat, heel spannend, iets waar ik zeer naar uitkijk.

 

 

 

 

 

Freek Lomme, director Onomatopee project space, text 2014:

English / Nederlands

Between disciplining and trust lies a field of particular interest for our present situation: it entails the continuation of modernity’s materialisation whilst we know that we have never really been modern. It is a playfield in which we are being both pushed and pulled. A sensory sphere and a sensible framework seem to crash into each other within the arena of our lives; like a black hole where the equation remains a status-quo of relations whilst architecture is rising up amongst us, creating ever more peepholes for unknown lenses.

The work of Van Pinxteren is exceptional in this regard, that it stages such situations as an on-going dialogue in which an object of concern enters a grey area where it fosters deeper negotiating. The perspective of the director and directed can change sides here as the flow of power may be ruled by a single paradigm yet confused by those who did not read the rules and regulations. The ensuing interaction reads much like a Hegelian master-servant dialectic manifesting itself within a cultural sphere rather than in the social-economic realm, reaching for a relational configuration along its more profound experience.

This art challenges the set’s determinants – the relations of subject, object and architecture – by calling upon the power of our sensory system to activate and open up that which seems morally subversive and counter-rational when related to as fragile currents of the rational itself.

Van Pinxteren’s LOGO is a holistic symbolic sum, as a logo should be, but at the same time it allows for a visual reading that may alter. The ovals can be read optically as a circle of lenses surrounding the viewer or closing their lines inward in front of him. The frame surrounding these focuses creates a block that is either excluding or including; a blueprint for a less symbolic and truly spatial architecture.

In her work, the visual motive of the oval often returns in various formats for and of dialogue in which our points of view are being captured and we capture the attention of another focus as we move in its direction.

Her work deals with a society of trust in an era of sensory control and asks us to position ourselves. As we open up to the fragility of being, getting close, she promotes the ethical potential of the aesthetic experience as a humanising force.

Nederlands:

Tussen de architectonische disciplinering van ruimtelijke configuraties en de angst of het vertrouwen van het subject dat zich hierin configureert ligt een bijzonder interessant gapend gat.

Binnen de façade van de moderniteit belichaamd Karin van Pinxteren deze disciplinering. Ze schept kijkgaten van en voor lenzen in deze geconstrueerde omgeving, waarin we de wetenschap dat we nooit modern zijn geweest door onze dispositie kunnen ventileren; van lichamelijk geworpen tot belichaamd betrokkene. Om deze zichtlijnen te activeren is vertrouwen noodzakelijk omdat de fragiele en soms angstige relatie tussen subject en architectuur wordt gearticuleerd. Het werk van Van Pinxteren is buitengewoon in het postuleren van dit zichtpunt waarin deze grijze zone reëel wordt.

In dit speelveld ervaren we zowel de push van een moderne, tastbare en ons omgevende waarneembare impressie die ons inneemt als de pull van een mogelijk te kennen raamwerk die deze tastbare moderniteit ter discussie stelt. Dit wringt. Van Pinxteren schept een aanwezig zwart gat waarin de betrokkenheid van dispositie, die achterblijft in de verrijzende status-quo die architectuur om ons heen optrekt, een plekje wordt gegeven.

Het perspectief van de ontwerper en de “ontworpene” kunnen hier van positie wisselen, omdat het vloeien van de machtsperspectieven zich in de ruimtelijke context ankert. De hieruit voortvloeiende interactie kunnen we lezen als een Hegeliaanse wisselwerking van meester en knecht, die zich veeleer cultureel manifesteert, en in het bijzonder binnen de architectonische context, dan dat ze zich sociaaleconomisch manifesteert. Door de afgetekende ervaring van deze dispositie configureert ze een omgeving voor nieuwe relaties in eenzijdige disciplinering en tweeledige overgave waarin vertrouwen of angst opspelen.

Ze daagt de determinerende factoren van de ruimtelijke omgeving – en hun invloed op de mogelijkheid deze door onze dispositie te doorleven – uit. Hiermee agendeert het werk de relatie tussen subject en architectuur: door gelegenheid te geven om ons zintuiglijk systeem te activeren, ons open te stellen voor de angst of het vertrouwen dat we hier in de diepte ervaren en, tot slot, voor de vertwijfeling van de ratio die hier dominant is.

Van Pinxteren’s LOGO is een holistisch geheel, zoals een logo zou moeten zijn, maar laat tegelijkertijd een visuele interpretatie toe die kan en mag veranderen / verschillen. De ovaal kan optisch worden gelezen, als een cirkel van lenzen die de toeschouwer omgeven of hem insluiten: ze bolt naar binnen of naar buiten. Als frame sluit ze uit of sluit ze in, als een panoptisch lichaam met kijkgaten.

In haar werk komt het visueel motief van de ovaal regelmatig terug, in diverse vormen van en voor dialoog waarin gezichtspunten en de kijker in parallel worden gegrepen waardoor de focus telkens verschuift en wisselt.

Haar werk behandeld het vertrouwen in een tijdperk van zintuigelijke controle en vraagt ons positie te nemen. Terwijl we ons kwetsbaar open stellen, dichterbij komen, stimuleert ze de menselijke kracht van ethische potentieel in en door de esthetische ervaring.

 

 

 

 

 

TEMP magazine #19  ‘Ik ben’  Karin van Pinxteren/ Femke Schaap | by  Cornelie Samsom | May 2013

English / Nederlands

“Open minded” is a term that can be applied literally to an artist’s brain Lighting, drifting plastic, the movements made by a loved one or passers-by, a conversation, a word printed on a receipt: anything can inspire work. Everyday impressions blend in with memories and knowledge, creating a whirlwind of information from which a form is distilled. But in a world that has everyone plugging on as if nothing ever deviates from normality, this overload of wonder can be isolating.

Artist Karin van Pinxteren’s work is situated where intimacy and isolation meet. With their clear-up graphic design, her installations translate, but mostly showcase, hesitant attempts toward human contact. Van Pinxteren peels off her studio’s rich world until a stark room is left, in which the visitor knows what to do – inhale with me – but which also leaves him secluded, watching himself.

With her work, Van Pinxteren refers to realms – relations, symbolism – that in the art world have been tarred with the brush of cliché. She studies human contact in a way that is both formal and symbolic, without casting aside her sensitive soul. It takes some daring in an age where ‘myself and the other’ is largely met with allergic frigidity.

At the academy, I was looking for a form to express suppressed relational aggression. I tried the opposite: drawings of shouting heads. While I was hanging them up to be assessed, I thought: they’re like Freddy Mercury in labour. The teacher was diplomatic in her summary: ‘It’s not quite to my taste.’ But her tired look told me it was bad.

Representing human relations is one of the greatest challenges in the visual arts. Van Pinxteren succesfully brings the dynamics between people to still life. In the process, she handles big themes just so, that the material lives on in the spectator’s mind, without the work’s own gravity crushing it on the spot. Props, Karin.

[…]

Nederlands:

Open minded is een term die letterlijk van toepassing is op het kunstenaarsbrein. Lichtval, rondzwervend plastic, de bewegingen van een geliefde of voorbijgangers, een gesprek, een woord op een kassabon: alles kan aanleiding geven tot werk. Dagelijkse indrukken blenden met herinneringen en kennis, waarna uit een draaikolk van informatie een vorm wordt gedestilleerd. In een wereld waarin iedereen doorklost alsof alles de normaalste zaak van de wereld is, kan deze overload aan verwondering echter eenzaam zijn.

Karin van Pinxteren begeeft zich met haar werk op het snijvlak van intimiteit en isolement. Grafisch helder vormgegeven installaties vormen een vertaling, maar vooral ook podium voor de aarzelende pogingen tot menselijk contact. Van Pinxteren stript de rijke wereld van haar atelier tot een sobere ruimte waarin de bezoeker weet wat hem te doen staat – inhale with me – maar waarin hij ook verweesd naar zichzelf staat te kijken.

Van Pinxteren verwijst met haar werk naar werelden – relaties, symboliek – die binnen de kunstwereld  nogal wat stereotype drek aan hun broek hebben gekregen. Zij onderzoekt menselijk contact op een zakelijke en tegelijkertijd symbolische manier, terwijl haar gevoelige ziel aanwezig blijft. Je moet maar durven in een tijd waarin ‘ik en de ander’ veelal allergische vorst oproept.

Op de academie zocht ik naar een vorm waarin ik verborgen relationele agressie kon uitdrukken. Ik probeerde het tegenovergestelde: tekeningen van schreeuwende hoofden. Toen ik ze ophing voor de beoordeling, dacht ik nog: net Freddy Mercury met weeën. De docente vatte het geheel diplomatiek samen: “het is niet helemaal mijn smaak.” Maar aan haar vermoeide gezicht zag ik, dat het bad was.

Het verbeelden van menselijke relaties is één van de grote uitdagingen binnen de beeldende kunst. Van Pinxteren slaagt erin de dynamiek tussen mensen verstild tot leven te wekken. Daarbij weet ze grote thema’s zodanig te hanteren dat het materiaal voortleeft in het hoofd van de toeschouwer, zonder dat het werk ter plekke onder haar eigen gewicht bezwijkt. Boks, Karin.

[…]

.

 

 

 

 

.

Minuutje Meestergesprek De Pont/ Kunstpodium T op Vimeo

Meestergesprek De Pont Kunstpodium T

.

.

.

Wim Noordhoek op Avondlog

.

donderdag 19 april 2012 – 21:48

Vanmiddag in museum De Pont in Tilburg liet ik Ai Weiwei even terzijde. En liep met Karin van Pinxteren langs haar ‘Part of someone’s diorama’.

Even was ze niet de ‘hostess’ die ze bij haar performances soms is. De vriendelijke bemiddelaarster tussen kunst en bezoeker, die ondertussen wel het stempeltje ‘Inhale with me’ op je hand drukt. Want daar is het haar om begonnen, de lucht die wij in- en uitademen. De lucht die wij delen. Heel de tentoonstelling is vervuld van de mogelijkheden, maar vooral onmogelijkheden van de menselijke omgang.

Vandaag was ik deel van haar diorama en zij van het mijne. Een kinderlijke droom van samensmelting. Maar wat komt ervan terecht? In haar film ‘Classified’ zie je hoe een keurige, galante moeder een dochter voordoet hoe ze haar evenbeeld kan worden. En ja, het meisje wil dat maar wat graag. Maar hoe gaat zoiets verder.

Morgen, en maandag in de Avonden meer.

 .

zaterdag 21 april 2012 – 23:31

‘Easy to love but hard to live with’ heet deze omhelzing van een geel ellips, die voorkomt in een filmpje waarin de ellips zich in de omhelzing ook nog opblaast als een ballon.

De ellipsenrij is het logo van Karin van Pinxteren. In haar installaties, performances, foto’s, film, sculpturen, schilderijen, teksten kan hij ook een opening zijn, een portretlijst waaruit ‘de ander’ tevoorschijn komt. De ellips als gat naar een andere wereld.

Voorwerp en gat. Soms krijgt het verlangen naar de ander de vorm van een hofdans, een ritueel. Alles in het besef dat het onmogelijk is samen te vallen met die ander, maar dat het toch iets oplevert, namelijk nog méér verlangen.

‘Court dance II and a soft spot for proposal’ nodigt je uit op een rode stip te gaan staan tegenover een aantal witte ovalen op de muur, die er als lege tekstballoons uitzien. Dan kan de rituele dans beginnen die wij communicatie noemen. Het heeft z’n komische kanten.

.

maandag 23 april 2012 – 14:53

Bracht me met haar hostess naar de films van Pilvi Takala.

De Finse die in haar verkleedpartijen zoveel vrouw laat zien, van stagiaire tot Cinderella. En van haar naar de fotografe Isabelle Wenzel die de kantoren van de Amsterdamse Zuidas onveilig maakte met secretaressenacrobatiek en tenslotte naar Miranda July.

Wat te denken van de vrouw en het meisje in ‘Classified’. Beiden dragen een kruis als was het een schoudertas. In het kruis zit een pak tissues waaruit ze er voortdurend eentje trekken, waarna ze op de vloer dwarrelen.

William James, de psycholoog, legde in 1890 uit dat wat mensen graag zien als ‘rollenspel’ meer is dan dat. Het zijn hoedanigheden van jezelf. Je bent het zelf. Het lijkt erop dat daarin van vrouwen meer wordt verlangd dan van mannen. En ook dat ze er niet alleen mee worstelen, maar er ook vaak schik in hebben.

 .

link naar Avondlog 

.

 

 

 

 

.

Interview TROUW | Letter & Geest | ‘Door het Beeld’ door Peter Henk Steenhuis | pag 16-19 | 14-04-2012

.

14-04-2012 Trouw Karin van Pinxteren pag 1

14-04-2012 Trouw Karin van Pinxteren pag 1

14-04-2012 Trouw Karin van Pinxteren pag 1

14-04-2012 Trouw Karin van Pinxteren pag 4

.

ART Magazine #95 (België) | Lilian Bense| april 2012

.

H_Art magazine 95

.

Interview De Volkskrant | rubriek  ‘Da’s Mooi | door Anne de Haan | 04-04-2012

.

Volkskrant 04-04-2012

..

Brabants Dagblad | door Gerrit van den Hoven | 27-03-2012

.

Brabants Dagblad

.

De Kantlijn #7 | door Freek Lomme | maart -2008

.

Karin van Pinxteren | Kantlijn 7 Freek Lomme 1

Karin van Pinxteren | Kantlijn 7 Freek Lomme 2

..

Brabants Dagblad | door Gerrit van den Hoven | 23-02-2006

.

Karin van Pinxteren | recensie Kurt's Zimmer | Gerrit vd Hoven | 23022006.

..

Eindhovens Dagblad | door Verily Klaassen | 24-04-2004

.

Karin van Pinxteren | recensie Comfort Food | 24042004 | door Verily Klaassen.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.