‘Trust’ by Freek Lomme

EN/NL

Trust

by Freek Lomme, director Onomatopee project space

 

Between disciplining and trust lies a field of particular interest for our present situation: it entails the continuation of modernity’s materialisation whilst we know that we have never really been modern. It is a playfield in which we are being both pushed and pulled. A sensory sphere and a sensible framework seem to crash into each other within the arena of our lives; like a black hole where the equation remains a status-quo of relations whilst architecture is rising up amongst us, creating ever more peepholes for unknown lenses.

The work of Van Pinxteren is exceptional in this regard, that it stages such situations as an on-going dialogue in which an object of concern enters a grey area where it fosters deeper negotiating. The perspective of the director and directed can change sides here as the flow of power may be ruled by a single paradigm yet confused by those who did not read the rules and regulations. The ensuing interaction reads much like a Hegelian master-servant dialectic manifesting itself within a cultural sphere rather than in the social-economic realm, reaching for a relational configuration along its more profound experience.

This art challenges the set’s determinants – the relations of subject, object and architecture – by calling upon the power of our sensory system to activate and open up that which seems morally subversive and counter-rational when related to as fragile currents of the rational itself.

Van Pinxteren’s LOGO is a holistic symbolic sum, as a logo should be, but at the same time it allows for a visual reading that may alter. The ovals can be read optically as a circle of lenses surrounding the viewer or closing their lines inward in front of him. The frame surrounding these focuses creates a block that is either excluding or including; a blueprint for a less symbolic and truly spatial architecture.

In her work, the visual motive of the oval often returns in various formats for and of dialogue in which our points of view are being captured and we capture the attention of another focus as we move in its direction.

Her work deals with a society of trust in an era of sensory control and asks us to position ourselves. As we open up to the fragility of being, getting close, she promotes the ethical potential of the aesthetic experience as a humanising force.

 

Nederlands:

Tussen de architectonische disciplinering van ruimtelijke configuraties en de angst of het vertrouwen van het subject dat zich hierin configureert ligt een bijzonder interessant gapend gat.

Binnen de façade van de moderniteit belichaamd Karin van Pinxteren deze disciplinering. Ze schept kijkgaten van en voor lenzen in deze geconstrueerde omgeving, waarin we de wetenschap dat we nooit modern zijn geweest door onze dispositie kunnen ventileren; van lichamelijk geworpen tot belichaamd betrokkene. Om deze zichtlijnen te activeren is vertrouwen noodzakelijk omdat de fragiele en soms angstige relatie tussen subject en architectuur wordt gearticuleerd. Het werk van Van Pinxteren is buitengewoon in het postuleren van dit zichtpunt waarin deze grijze zone reëel wordt.

In dit speelveld ervaren we zowel de push van een moderne, tastbare en ons omgevende waarneembare impressie die ons inneemt als de pull van een mogelijk te kennen raamwerk die deze tastbare moderniteit ter discussie stelt. Dit wringt. Van Pinxteren schept een aanwezig zwart gat waarin de betrokkenheid van dispositie, die achterblijft in de verrijzende status-quo die architectuur om ons heen optrekt, een plekje wordt gegeven.

Het perspectief van de ontwerper en de “ontworpene” kunnen hier van positie wisselen, omdat het vloeien van de machtsperspectieven zich in de ruimtelijke context ankert. De hieruit voortvloeiende interactie kunnen we lezen als een Hegeliaanse wisselwerking van meester en knecht, die zich veeleer cultureel manifesteert, en in het bijzonder binnen de architectonische context, dan dat ze zich sociaaleconomisch manifesteert. Door de afgetekende ervaring van deze dispositie configureert ze een omgeving voor nieuwe relaties in eenzijdige disciplinering en tweeledige overgave waarin vertrouwen of angst opspelen.

Ze daagt de determinerende factoren van de ruimtelijke omgeving – en hun invloed op de mogelijkheid deze door onze dispositie te doorleven – uit. Hiermee agendeert het werk de relatie tussen subject en architectuur: door gelegenheid te geven om ons zintuiglijk systeem te activeren, ons open te stellen voor de angst of het vertrouwen dat we hier in de diepte ervaren en, tot slot, voor de vertwijfeling van de ratio die hier dominant is.

Van Pinxteren’s LOGO is een holistisch geheel, zoals een logo zou moeten zijn, maar laat tegelijkertijd een visuele interpretatie toe die kan en mag veranderen / verschillen. De ovaal kan optisch worden gelezen, als een cirkel van lenzen die de toeschouwer omgeven of hem insluiten: ze bolt naar binnen of naar buiten. Als frame sluit ze uit of sluit ze in, als een panoptisch lichaam met kijkgaten.

In haar werk komt het visueel motief van de ovaal regelmatig terug, in diverse vormen van en voor dialoog waarin gezichtspunten en de kijker in parallel worden gegrepen waardoor de focus telkens verschuift en wisselt.

Haar werk behandeld het vertrouwen in een tijdperk van zintuigelijke controle en vraagt ons positie te nemen. Terwijl we ons kwetsbaar open stellen, dichterbij komen, stimuleert ze de menselijke kracht van ethische potentieel in en door de esthetische ervaring.

 

2014